use up
use
ju:s
yoos
up
ʌp
ap
/jˈuːs ˈʌp/

Definitie en betekenis van "use up"in het Engels

to use up
[phrase form: use]
01

opgebruiken, volledig verbruiken

to entirely consume a resource, leaving none remaining
Transitive: to use up a resource
to use up definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
use
tegenwoordige tijd
use up
3e persoon enkelvoud
uses up
onvoltooid deelwoord
using up
onvoltooid verleden tijd
used up
voltooid deelwoord
used up
Voorbeelden
The construction crew used up all the cement for the foundation.
De bouwploeg heeft al het cement voor de fundering opgebruikt.
02

opgebruiken, verbruiken

to require a certain amount of time or space
Transitive: to use up a period of time
Voorbeelden
The project deadline used up most of our working hours this week.
De projectdeadline heeft het grootste deel van onze werkuren deze week opgebruikt.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store