Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
unhappily
01
ongelukkig, treurig
in a way that is not pleasant or joyful
Voorbeelden
She sighed unhappily upon hearing the disappointing news.
Zij zuchtte ongelukkig bij het horen van het teleurstellende nieuws.
02
helaas, ongelukkigerwijs
used to introduce or emphasize something regrettable or unfortunate
Voorbeelden
The book, unhappily, went out of print within a year.
Het boek, helaas, was binnen een jaar uitverkocht.
Lexicale Boom
unhappily
happily
happy



























