uncle
un
ˈʌn
an
cle
kəl
kēl
/ˈʌŋkəl/

Definitie en betekenis van "uncle"in het Engels

01

oom, oom door huwelijk

the brother of our father or mother or their sibling's husband
uncle definition and meaning
Voorbeelden
They often go to their uncle's house for family dinners.
Ze gaan vaak naar het huis van hun oom voor familiediners.
02

een steun, een gids

a source of help and advice and encouragement
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store