Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to tether
01
vastbinden, anbinden
to tie or fasten with a rope or chain
Transitive: to tether sb/sth to a support
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
tether
3e persoon enkelvoud
tethers
onvoltooid deelwoord
tethering
onvoltooid verleden tijd
tethered
voltooid deelwoord
tethered
Voorbeelden
The boat was tethered securely to the dock to prevent it from drifting away.
De boot was stevig aan de kade vastgemaakt om te voorkomen dat hij weg zou drijven.
Tether
01
lijn, ketting
a wraparound rope, chain, etc. used for restraining the movements of an animal
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
tethers
Lexicale Boom
tethered
tether



























