to tether
tether
'tɛðə
tedhē
tither

Definitie en betekenis van "tether"in het Engels

to tether
01

vastbinden, anbinden

to tie or fasten with a rope or chain 
Transitive: to tether sb/sth to a support
to tether definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
tether
3e persoon enkelvoud
tethers
onvoltooid deelwoord
tethering
onvoltooid verleden tijd
tethered
voltooid deelwoord
tethered
Voorbeelden
The dog was tethered to a post while its owner went inside the store. 

De hond was vastgebonden aan een paal terwijl zijn eigenaar de winkel inging.

01

lijn, ketting

a wraparound rope, chain, etc. used for restraining the movements of an animal 
tether definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
tethers
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store