Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
ten
01
tien
the number 10
Voorbeelden
There are ten cookies in the jar.
Er zitten tien koekjes in de pot.
01
tien, kaarten met tien stippen
one of four playing cards in a deck with ten pips on the face
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
tens



























