Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to temporize
01
temporiseren, uitstellen
to delay or avoid making a decision to gain time
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
temporize
3e persoon enkelvoud
temporizes
onvoltooid deelwoord
temporizing
onvoltooid verleden tijd
temporized
voltooid deelwoord
temporized
Voorbeelden
The team noticed their coach would often temporize when faced with tough decisions during the game.
Het team merkte op dat hun coach vaak tijd probeerde te rekken wanneer hij voor moeilijke beslissingen stond tijdens de wedstrijd.
Lexicale Boom
temporizer
temporize
temporal



























