tariff
ta
ˈtæ
riff
rɪf
rif
seraphsheriff

Definitie en betekenis van "tariff"in het Engels

01

tarief, douanerechten

a tax paid on goods imported or exported 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
tariffs
Voorbeelden
The government imposed a tariff on imported steel to protect domestic producers. 

De overheid heeft een tarief op ingevoerd staal opgelegd om binnenlandse producenten te beschermen.

02

tarief, prijslijst

a published schedule of charges for goods, services, or accommodations, often set by a hotel, restaurant, or company 
Voorbeelden
The hotel's tariff included the cost of breakfast. 

Het tarief van het hotel omvatte de kosten van het ontbijt.

to tariff
01

tariferen, een tarief toepassen

to apply a fixed price, tax, or duty on goods, services, or imports 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
tariff
3e persoon enkelvoud
tariffs
onvoltooid deelwoord
tariffing
onvoltooid verleden tijd
tariffed
voltooid deelwoord
tariffed
Voorbeelden
The government tariffed imported steel to protect local manufacturers. 

De overheid heeft tarieven geheven op geïmporteerd staal om lokale fabrikanten te beschermen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store