bicycle
bi
baɪ
bai
cy
saɪ
sai
cle
kəl
kēl

Definitie en betekenis van "bicycle"in het Engels

01

fiets, rijwiel

a vehicle with two wheels that we ride by pushing its pedals with our feet 
bicycle definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
bicycles
Voorbeelden
He enjoys going on long bicycle rides in the countryside. 

Hij geniet van lange fietstochten op het platteland.

02

fiets, fietser

a person who is bisexual 
gedateerd
beledigend
slang
Voorbeelden
He joked about being a bicycle when asked about his dating life. 

Hij grapte dat hij een fiets was toen hem naar zijn liefdesleven werd gevraagd.

03

slet, hoer

a person who is sexually promiscuous, especially a woman 
beledigend
slang
Voorbeelden
Don't act like a bicycle and kiss everyone at the club. 

Gedraag je niet als een bicycle en kus iedereen in de club.

to bicycle
01

fietsen, trappen

to ride or to travel by a two-wheeled vehicle powered by pedals 
to bicycle definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
bicycle
3e persoon enkelvoud
bicycles
onvoltooid deelwoord
bicycling
onvoltooid verleden tijd
bicycled
voltooid deelwoord
bicycled
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store