Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to surmount
01
overwinnen, bedwingen
to successfully overcome challenges or difficulties
Transitive: to surmount challenges or difficulties
goedkeurend
formeel
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
surmount
3e persoon enkelvoud
surmounts
onvoltooid deelwoord
surmounting
onvoltooid verleden tijd
surmounted
voltooid deelwoord
surmounted
Voorbeelden
She worked hard to surmount the obstacles in her academic journey and graduated with honors.
Ze werkte hard om de obstakels in haar academische reis te overwinnen en studeerde cum laude af.
02
uitsteken boven, bekronen
to be positioned above or on top of something
Transitive: to surmount sth
Voorbeelden
The statue surmounts the pedestal, towering over the courtyard below.
Het standbeeld bekroont de sokkel en torent uit boven de binnenplaats eronder.
03
overtreffen, overstijgen
to exceed or be better than something in terms of quality, achievement, or ability
Transitive: to surmount a quality or achievement
Voorbeelden
Her performance surmounted all expectations, earning her a standing ovation.
Haar optreden overtrof alle verwachtingen, wat haar een staande ovatie opleverde.
04
overwinnen, beklimmen
to reach the top of something by climbing it
Transitive: to surmount an elevated surface
Voorbeelden
They managed to surmount the steep mountain after days of climbing.
Ze slaagden erin de steile berg te bedwingen na dagen van klimmen.
Lexicale Boom
surmountable
surmounted
surmounter
surmount



























