Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to stay away
01
wegblijven, vermijden
to avoid someone or something that might have a negative impact on one
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
away
basiswerkwoord
stay
tegenwoordige tijd
stay away
3e persoon enkelvoud
stays away
onvoltooid deelwoord
staying away
onvoltooid verleden tijd
stayed away
voltooid deelwoord
stayed away
Voorbeelden
During flu season, it 's advisable to stay away from crowded places to reduce the risk of getting sick.
Tijdens het griepseizoen is het raadzaam om uit de buurt van drukke plaatsen te blijven om het risico op ziekte te verminderen.



























