speaking
spea
ˈspi
spi
king
kɪng
king
/spˈiːkɪŋ/

Definitie en betekenis van "speaking"in het Engels

01

spreken, spraak

the act of producing speech in a way that is comprehensible
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
meervoudsvorm
speakings
02

toespraak, rede

delivering an address to a public audience
01

sprekend, mondeling

capable of or involving speech or speaking
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
onvoltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
kwalitatief
overtreffende trap
most speaking
vergrotende trap
more speaking
gradueerbaar
01

ja, met mij

used when answering the phone to let the caller know that the person they are trying to reach is on the line
Voorbeelden
" Hello, is Sarah there? " " Speaking. "
« Hallo, is Sarah daar? » « Aan de lijn. »
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store