to belt up
belt
bɛlt
belt
up
ʌp
ap

Definitie en betekenis van "belt up"in het Engels

to belt up
01

zijn mond houden, dichtklappen

to suddenly become silent or stop talking 
to belt up definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
belt
tegenwoordige tijd
belt up
3e persoon enkelvoud
belts up
onvoltooid deelwoord
belting up
onvoltooid verleden tijd
belted up
voltooid deelwoord
belted up
Voorbeelden
The boss expected the employees to belt up and get back to work. 

De baas verwachtte dat de werknemers hun mond zouden houden en weer aan het werk zouden gaan.

02

de gordel omdoen, zich vastgespen

to secure oneself in a vehicle by putting on a seat belt 
Voorbeelden
The responsible driver always ensures that passengers belt up before hitting the road. 

De verantwoordelijke chauffeur zorgt er altijd voor dat passagiers zich vastgordelen voordat ze wegrijden.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store