smooch
smooch
smuʧ
smooch
/smˈuːt‍ʃ/

Definitie en betekenis van "smooch"in het Engels

01

kusje, teder kusje

an affectionate kiss
smooch definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
smooches
Voorbeelden
He planted a smooch on her cheek.
Hij plantte een zoen op haar wang.
to smooch
01

zoenen, hartstochtelijk zoenen

to kiss lovingly or passionately
Intransitive
to smooch definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
smooch
3e persoon enkelvoud
smooches
onvoltooid deelwoord
smooching
onvoltooid verleden tijd
smooched
voltooid deelwoord
smooched
Voorbeelden
Feeling the connection, they smooched before parting ways.
De verbinding voelend, kusten ze elkaar hartstochtelijk voordat ze uit elkaar gingen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store