smile
smile
smaɪl
smail
/smaɪl/

Definitie en betekenis van "smile"in het Engels

to smile
01

glimlachen

to make our mouth curve upwards, often in a way that our teeth can be seen, to show that we are happy or amused
Intransitive
to smile definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
smile
3e persoon enkelvoud
smiles
onvoltooid deelwoord
smiling
onvoltooid verleden tijd
smiled
voltooid deelwoord
smiled
Voorbeelden
The photograph captured the moment perfectly as they smiled together on their wedding day.
De foto legde het moment perfect vast terwijl ze op hun trouwdag samen glimlachten.
02

glimlachen, een glimlach tonen

to convey an emotion or sentiment through the act of smiling
Transitive: to smile an emotion
Voorbeelden
He smiled his gratitude after receiving the kind gesture.
Hij glimlachte zijn dankbaarheid na het ontvangen van het vriendelijke gebaar.
01

glimlach

an expression in which our mouth curves upwards, when we are being friendly or are happy or amused
smile definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
smiles
Voorbeelden
Her smile brightened up the room, spreading joy to everyone around.
Haar glimlach verlichtte de kamer en verspreidde vreugde naar iedereen om haar heen.

Lexicale Boom

smiler
smiling
smiling
smile
App
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store