sidetrack
side
ˈsaɪd
said
track
træk
trāk

Definitie en betekenis van "sidetrack"in het Engels

01

zijspoor, opstelspoor

a short stretch of railroad track used to store rolling stock or enable trains on the same line to pass 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
sidetracks
to sidetrack
01

afleiden, afdwalen

to deviate from a main course to another 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
sidetrack
3e persoon enkelvoud
sidetracks
onvoltooid deelwoord
sidetracking
onvoltooid verleden tijd
sidetracked
voltooid deelwoord
sidetracked
Voorbeelden
He was sidetracked by a phone call and forgot to finish his report. 

Hij werd afgeleid door een telefoontje en vergat zijn rapport af te maken.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store