to shoplift
Pronunciation
/ˈʃɑˌpɫɪft/

Definitie en betekenis van "shoplift"in het Engels

to shoplift
01

winkeldiefstal plegen, stelen uit een winkel

to steal goods from a store by secretly taking them without paying
Intransitive
Transitive: to shoplift sth
to shoplift definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
shoplift
3e persoon enkelvoud
shoplifts
onvoltooid deelwoord
shoplifting
onvoltooid verleden tijd
shoplifted
voltooid deelwoord
shoplifted
Voorbeelden
A community awareness campaign aimed to educate people about the consequences of shoplifting.
Een bewustwordingscampagne voor de gemeenschap was bedoeld om mensen voor te lichten over de gevolgen van winkeldiefstal.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store