to bedeck
Pronunciation
/bɪˈdek/

Definitie en betekenis van "bedeck"in het Engels

to bedeck
01

versieren, tooien

to decorate lavishly, often with various ornaments or embellishments
Transitive: to bedeck sth with ornaments
to bedeck definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
bedeck
3e persoon enkelvoud
bedecks
onvoltooid deelwoord
bedecking
onvoltooid verleden tijd
bedecked
voltooid deelwoord
bedecked
Voorbeelden
In preparation for the royal event, the palace was bedecked with opulent tapestries and golden accents.
In voorbereiding op het koninklijke evenement was het paleis versierd met weelderige wandtapijten en gouden accenten.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store