Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to shirk
01
ontduiken, ontwijken
to avoid or neglect one's responsibilities, often by finding ways to escape from them
Transitive: to shirk responsibilities
Voorbeelden
Despite being reminded repeatedly, the employee continued to shirk the additional tasks assigned by the manager.
Ondanks herhaaldelijke herinneringen bleef de werknemer de extra taken die door de manager waren toegewezen ontwijken.
02
ontwijken, vermijden
to avoid doing something difficult or unpleasant because of reluctance or unwillingness
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
shirk
3e persoon enkelvoud
shirks
onvoltooid deelwoord
shirking
onvoltooid verleden tijd
shirked
voltooid deelwoord
shirked
Voorbeelden
He shirked when it came time to tackle the tough problem.
Hij ontweek toen het tijd was om het moeilijke probleem aan te pakken.
Lexicale Boom
shirker
shirking
shirk



























