Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Voorbeelden
The shaky table rattled whenever someone bumped into it.
De wankele tafel rammelde wanneer iemand ertegenaan botste.
02
trillerig, wankel
stumbling and not steady in movement
Voorbeelden
The bridge felt shaky as we walked across, making us nervous about its stability.
De brug voelde wankel aan toen we erover liepen, wat ons nerveus maakte over zijn stabiliteit.
03
onzeker, aarzelend
uncertain about the exact details of something
Voorbeelden
The agreement rests on shaky legal ground and could collapse.
De overeenkomst rust op een wankele juridische basis en zou kunnen instorten.
04
onzeker, moeilijk
not secure; beset with difficulties
Lexicale Boom
shakily
shakiness
shaky
shake



























