shack
shack
ʃæk
shāk
/ʃˈæk/

Definitie en betekenis van "shack"in het Engels

01

hut, schuur

a small and simple building, often made of metal or wood, that is built poorly
shack definition and meaning
02

drank, alcoholische drank

(Nigerian) a drink, particularly an alcoholic beverage
Slang
Voorbeelden
That shack has a strong kick to it.
Die shack heeft een sterke kick.
to shack
01

slepen, zich langzaam voortbewegen

move, proceed, or walk draggingly or slowly
02

zich vestigen, wonen

make one's home in a particular place or community
03

alcohol drinken, zich bezatten

(Nigerian) to drink alcohol
Slang
Voorbeelden
He loves to shack with his friends on weekends.
Hij houdt ervan om in het weekend met zijn vrienden te shacken.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store