Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to set aside
01
opzij zetten, reserveren
to keep or save money, time, etc. for a specific purpose
Transitive: to set aside time or money
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
aside
basiswerkwoord
set
tegenwoordige tijd
set aside
3e persoon enkelvoud
sets aside
onvoltooid deelwoord
setting aside
onvoltooid verleden tijd
set aside
voltooid deelwoord
set aside
Voorbeelden
She decided to set some money aside for her vacation.
Ze besloot wat geld opzij te zetten voor haar vakantie.
02
opzij zetten, stopzetten
to stop using something
Transitive: to set aside something outdated
Voorbeelden
They set aside the broken computer and bought a new one.
Ze legden de kapotte computer terzijde en kochten een nieuwe.
03
vernietigen, nietig verklaren
to state that a decision made by a court is not legally acceptable
Transitive: to set aside a legal decision
Voorbeelden
The judge decided to set the verdict aside because of new evidence.
De rechter besloot het vonnis terug te draaien vanwege nieuw bewijs.
04
opzij zetten, tijdelijk negeren
to ignore something temporarily in favor of more important matters
Transitive: to set aside an attitude or feeling
Voorbeelden
We had to set aside our biases to make a fair decision.
We moesten onze vooroordelen opzij zetten om een eerlijke beslissing te nemen.



























