Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to seethe
01
koken, innerlijk woeden
to feel extremely worried and angry internally while trying not to show it externally
Intransitive
Voorbeelden
They seethed with resentment but remained composed.
Ze kookten van woede maar bleven kalm.
02
koken, borrelen
to boil or churn vigorously
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
seethe
3e persoon enkelvoud
seethes
onvoltooid deelwoord
seething
onvoltooid verleden tijd
seethed
voltooid deelwoord
seethed
Voorbeelden
By tomorrow afternoon, the sauce will seethe with bubbling fury as it simmers on the stove.
Tegen morgenmiddag zal de saus borrelen met bubbelende woede terwijl hij op het fornuis suddert.
03
koken, wemelen
to be full of activity or people, moving quickly and energetically
Intransitive: to seethe with people or activities
Voorbeelden
The concert hall seethed with excited fans before the show started.
De concertzaal borrelde van opgewonden fans voordat de show begon.
Lexicale Boom
seething
seethe



























