Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to scale up
[phrase form: scale]
01
opschalen, uitbreiden
to cause an increase in the amount, size, or significance of something
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
scale
tegenwoordige tijd
scale up
3e persoon enkelvoud
scales up
onvoltooid deelwoord
scaling up
onvoltooid verleden tijd
scaled up
voltooid deelwoord
scaled up
Voorbeelden
Investors can purchase a small stake in a promising startup and then scale up their investment as the company proves its viability and potential for growth.
Beleggers kunnen een klein aandeel in een veelbelovende startup kopen en vervolgens hun investering opschalen naarmate het bedrijf zijn levensvatbaarheid en groeipotentieel bewijst.
02
capaciteit vergroten, operaties uitbreiden
(of a system, factory, etc.) to expand operations to handle more demand
Voorbeelden
To keep up with the growing market, the factory scaled up, doubling its output.
Om gelijke tred te houden met de groeiende markt, heeft de fabriek haar capaciteit opgeschaald, waardoor de productie verdubbelde.



























