Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to sabotage
01
saboteren
to intentionally damage or undermine something, often for personal gain or as an act of protest or revenge
Transitive: to sabotage sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
sabotage
3e persoon enkelvoud
sabotages
onvoltooid deelwoord
sabotaging
onvoltooid verleden tijd
sabotaged
voltooid deelwoord
sabotaged
Voorbeelden
The disgruntled employee attempted to sabotage the company's computer system.
De ontevreden werknemer probeerde het computersysteem van het bedrijf te saboteren.
Sabotage
01
sabotage, sabotagedaad
a deliberate act intended to damage, destroy, or disrupt equipment, operations, or processes
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
sabotages
Voorbeelden
The factory suffered sabotage when machinery was tampered with.
De fabriek leed sabotage toen machines werden gemanipuleerd.



























