Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to run across
[phrase form: run]
01
tegen het lijf lopen, toevallig ontmoeten
to meet someone unexpectedly
Transitive: to run across sb
Voorbeelden
While attending a concert, I ran across a distant relative I had n't seen in years.
Terwijl ik een concert bijwoonde, liep ik tegen een verre familielid aan die ik al jaren niet had gezien.
02
toevallig tegenkomen, per ongeluk vinden
to find something unexpectedly
Transitive: to run across sth
Voorbeelden
When I was sorting through old files, I ran across a handwritten letter from my grandparents.
Toen ik oude bestanden aan het sorteren was, liep ik tegen een handgeschreven brief van mijn grootouders aan.



























