Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to barter
01
ruilen, barteren
to exchange goods or services without using money
Ditransitive: to barter sth for sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
barter
3e persoon enkelvoud
barters
onvoltooid deelwoord
bartering
onvoltooid verleden tijd
bartered
voltooid deelwoord
bartered
Voorbeelden
In the early days, people would barter livestock for essential goods.
In de vroege dagen ruilden mensen vee voor essentiële goederen.
Barter
01
ruilhandel, ruil
the exchange of goods or services without using money
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
meervoudsvorm
barters
Voorbeelden
Farmers used barter to trade grain for livestock.
Boeren gebruikten ruilhandel om graan voor vee te verhandelen.



























