Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to rendezvous
01
afspreken
to meet at an agreed-upon time and place, often for a specific purpose or activity
Intransitive: to rendezvous somewhere
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
rendezvous
3e persoon enkelvoud
rendezvouses
onvoltooid deelwoord
rendezvousing
onvoltooid verleden tijd
rendezvoused
voltooid deelwoord
rendezvoused
Voorbeelden
The hiking group decided to rendezvous at the trailhead before starting their adventure.
De wandelgroep besloot om elkaar te ontmoeten bij het startpunt van het pad voordat ze aan hun avontuur begonnen.
Rendezvous
01
afspraak
a meeting planned at a certain time and place
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
rendezvous
02
ontmoetingsplaats
a place where people meet
03
afspraak
a date; usually with a member of the opposite sex



























