to ransack
ran
ˈræn
rān
sack
sæk
sāk

Definitie en betekenis van "ransack"in het Engels

to ransack
01

doorzoeken, uitkammen

search thoroughly 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
ransack
3e persoon enkelvoud
ransacks
onvoltooid deelwoord
ransacking
onvoltooid verleden tijd
ransacked
voltooid deelwoord
ransacked
02

doorzoeken, plunderen

to search a place thoroughly, often in a rough or disorderly manner, especially with the intention of stealing or causing damage 
Voorbeelden
The burglars ransacked the apartment, looking for valuables. 

De inbrekers doorzochten het appartement, op zoek naar waardevolle spullen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store