Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Voorbeelden
The rain made the grass and flowers look vibrant and alive.
De regen maakte het gras en de bloemen levendig en stralend.
02
regen
drops of fresh water that fall as precipitation from clouds
03
stortbui, zondvloed
anything happening rapidly or in quick successive
to rain
01
regenen
(of water) to fall from the sky in the shape of small drops
Intransitive
Voorbeelden
The children were disappointed because it rained on their parade day.
De kinderen waren teleurgesteld omdat het regende op hun parade dag.
02
regenen, neerkletteren
to pour down or descend in great quantity
Transitive: to rain sth
Voorbeelden
The storm rained debris across the field.
De storm regende puin over het veld.
03
regenen, uitstorten
to shower or bestow upon someone or something in large amounts
Transitive: to rain something abstract
Voorbeelden
The guests rained compliments on the chef for the delicious meal.
De gasten regenen complimenten op de chef voor de heerlijke maaltijd.
Lexicale Boom
rainless
rainy
rain



























