Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Na de regen vormde zich een grote plas aan het einde van de oprit, wat het moeilijk maakte om te navigeren.
plas, poel
Er vormde zich een plas olie onder de motor.
klei-zandmengsel, moddermengsel
De tuinman bereidde een modder voor om de vijver te bekleden.
plassen, urineren
Het kind plaste terwijl het leerde de wc te gebruiken.
verwarren, in de war brengen
De instructies verwarden haar gedachten.
spetteren, roeren
Het kind speelde in de modder met een stok.
een plas vormen, een plas maken
De regen vormde plassen op de stoep.
kneden, mengen
De werknemer kneedde het beton om een uniforme consistentie te garanderen.
modderen, bevochtigen
Boeren modderen rijstzaailingen voor het verplanten.
puddelen, zuiveren door puddelen
De smid puddle het ijzer om onzuiverheden te verwijderen.
spetteren in plassen, in water spelen
De kinderen ploeterden in het regenwater.



























