pride
pride
praɪd
praid
/pɹˈa‍ɪd/

Definitie en betekenis van "pride"in het Engels

01

trots, waardigheid

a sense of self-respect, dignity, or personal worth
Voorbeelden
Parents often take pride in their children's achievements.
Ouders zijn vaak trots op de prestaties van hun kinderen.
02

trots, hoogmoed

the quality of having excessive self-esteem that is considered a sin in religious beliefs
Voorbeelden
His pride prevented him from asking for help when he needed it.
Zijn trots verhinderde hem om hulp te vragen toen hij het nodig had.
03

trots, groep leeuwen

a number of lions that live together as a social unit
Voorbeelden
Cubs played while the pride kept watch.
De welpen speelden terwijl de troep leeuwen de wacht hield.
04

trots, eergevoel

a motivating trait driven by the desire to uphold one's standards
Voorbeelden
Pride drove him to improve his performance.
Trots dreef hem ertoe zijn prestaties te verbeteren.
to pride
01

zich beroemen, trots zijn

to feel pleased about someone or something
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store