Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
trots, waardigheid
a sense of self-respect, dignity, or personal worth
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
meervoudsvorm
prides
Voorbeelden
Parents often take pride in their children's achievements.
Ouders zijn vaak trots op de prestaties van hun kinderen.
02
trots, hoogmoed
the quality of having excessive self-esteem that is considered a sin in religious beliefs
Voorbeelden
His pride prevented him from asking for help when he needed it.
Zijn trots verhinderde hem om hulp te vragen toen hij het nodig had.
03
trots, groep leeuwen
a number of lions that live together as a social unit
Voorbeelden
Cubs played while the pride kept watch.
De welpen speelden terwijl de troep leeuwen de wacht hield.
04
trots, eergevoel
a motivating trait driven by the desire to uphold one's standards
Voorbeelden
Pride drove him to improve his performance.
Trots dreef hem ertoe zijn prestaties te verbeteren.
to pride
01
zich beroemen, trots zijn
to feel pleased about someone or something
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
pride
3e persoon enkelvoud
prides
onvoltooid deelwoord
priding
onvoltooid verleden tijd
prided
voltooid deelwoord
prided
Voorbeelden
They prided themselves on their community service.
Zij beroemden zich op hun gemeenschapsdienst.
Lexicale Boom
prideful
pride



























