Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to possess
01
bezitten, hebben
to have something as one's own
Transitive: to possess sth
Voorbeelden
The wealthy businessman is known to possess a fleet of luxury cars and a private jet.
De welgestelde zakenman staat bekend om het bezitten van een vloot luxe auto's en een privéjet.
02
bezitten, hebben
to have a particular quality, attribute, knowledge, or skill
Transitive: to possess a quality or attribute
Voorbeelden
A good teacher should possess effective communication skills to connect with students.
Een goede leraar moet effectieve communicatieve vaardigheden bezitten om contact te maken met studenten.
03
bezitten, in de greep zijn van
to be overtaken or influenced by a particular emotion, idea, or state of mind
Transitive: to possess sb
Voorbeelden
The haunting melody possessed the audience, evoking a range of emotions from nostalgia to melancholy.
De aangrijpende melodie beheerste het publiek en riep een scala aan emoties op, van nostalgie tot melancholie.
Lexicale Boom
dispossess
possessed
possession
possess



























