Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to badmouth
01
roddelen over, kwaadspreken
to criticize or speak unfavorably about someone or something, often in an unfair or unkind way.
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
badmouth
3e persoon enkelvoud
badmouths
onvoltooid deelwoord
badmouthing
onvoltooid verleden tijd
badmouthed
voltooid deelwoord
badmouthed
Voorbeelden
The politician will likely badmouth opponents during the upcoming election.
De politicus zal waarschijnlijk roddelen over tegenstanders tijdens de aankomende verkiezingen.
Lexicale Boom
badmouth
bad
mouth



























