Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to peril
01
in gevaar brengen, blootstellen aan gevaar
to put someone or something in a dangerous or difficult position
Transitive: to peril sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
peril
3e persoon enkelvoud
perils
onvoltooid deelwoord
periling
onvoltooid verleden tijd
periled
voltooid deelwoord
periled
Voorbeelden
Ignoring safety guidelines could peril the lives of those involved.
Het negeren van veiligheidsrichtlijnen kan het leven van de betrokkenen in gevaar brengen.
01
gevaar, dreigend gevaar
great and immediate danger, especially when one may be harmed or even killed
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
perils
Voorbeelden
Mountaineers faced many perils from rockfalls and avalanches during their ascent.
Bergbeklimmers werden tijdens hun beklimming geconfronteerd met veel gevaren door vallende rotsen en lawines.
02
gevaar, risico
an action or undertaking that is risky and may result in harm or loss
Voorbeelden
Climbing without safety gear was a peril he willingly accepted.
Klimmen zonder veiligheidsuitrusting was een gevaar dat hij vrijwillig accepteerde.
03
gevaar, risico
the state of being threatened by or exposed to a significant negative occurrence
Voorbeelden
The mission plunged deep into enemy territory, with the agents operating under constant peril of discovery.
De missie drong diep door in vijandelijk gebied, waarbij de agenten opereerden onder constante dreiging van ontdekking.
Lexicale Boom
imperil
peril



























