Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Pension
01
pensioen, uitkering
a regular payment made to a retired person by the government or a former employer
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
pensions
Voorbeelden
My grandfather's pension allows him to travel during his retirement.
Het pensioen van mijn opa stelt hem in staat om te reizen tijdens zijn pensioen.
02
pension, gastenverblijf
a small guesthouse that provides lodging and sometimes meals, typically for long-term or seasonal visitors
Voorbeelden
We found a pleasant pension with a garden and communal kitchen.
We vonden een aangename pension met een tuin en gemeenschappelijke keuken.
to pension
01
pensioneren, met pensioen sturen
to remove someone from active work and provide them with regular payments for their support
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
pension
3e persoon enkelvoud
pensions
onvoltooid deelwoord
pensioning
onvoltooid verleden tijd
pensioned
voltooid deelwoord
pensioned
Voorbeelden
The university pensioned several professors when their departments closed.
De universiteit pensioneerde verschillende professoren toen hun afdelingen werden gesloten.
Lexicale Boom
pensionable
pension
pens



























