pasture
pas
ˈpɑ:s
paas
ture
ʧə
chē
posture

Definitie en betekenis van "pasture"in het Engels

01

weiland, weide

a field where animals eat grass 
pasture definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
pastures
Voorbeelden
The cows are grazing in the green pasture. 

De koeien grazen in de groene weide.

02

weide, voer

bulky food like grass or hay for browsing or grazing horses or cattle 
to pasture
01

grazen, weiden

feed as in a meadow or pasture 
to pasture definition and meaning
02

laten grazen, naar de weide brengen

to allow animals to graze in a pasture or meadow 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
pasture
3e persoon enkelvoud
pastures
onvoltooid deelwoord
pasturing
onvoltooid verleden tijd
pastured
voltooid deelwoord
pastured
Voorbeelden
The farmer decided to pasture the cows on the hillside for the summer. 

De boer besloot de koeien voor de zomer op de heuvelflank te laten grazen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store