Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to pass by
[phrase form: pass]
01
voorbijgaan, verstrijken
to continue moving forward, particularly in reference to time
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
by
basiswerkwoord
pass
tegenwoordige tijd
pass by
3e persoon enkelvoud
passes by
onvoltooid deelwoord
passing by
onvoltooid verleden tijd
passed by
voltooid deelwoord
passed by
Voorbeelden
I like to reflect on my goals as the year passes by.
Ik vind het fijn om na te denken over mijn doelen terwijl het jaar verstrijkt.
02
langsgaan, voorbijgaan
to go past someone or something
Transitive: to pass by sb/sth
Voorbeelden
The cars just passed by the accident scene.
De auto's zijn net langs de plaats van het ongeluk gereden.
03
voorbij laten gaan, missen
to let an opportunity go without taking advantage of it
Transitive: to pass by an opportunity
Voorbeelden
Do n't let this amazing deal pass by!
Laat deze geweldige deal niet voorbijgaan !



























