to outgrow
Pronunciation
/ˌaʊtˈɡɹoʊ/

Definitie en betekenis van "outgrow"in het Engels

to outgrow
01

ontgroeien, te groot worden voor

to become too large, mature, or experienced for something
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
outgrow
3e persoon enkelvoud
outgrows
onvoltooid deelwoord
outgrowing
onvoltooid verleden tijd
outgrew
voltooid deelwoord
outgrown
Voorbeelden
He realized he had begun to outgrow his childhood hobbies and was developing new interests.
Hij realiseerde zich dat hij zijn kinderhobby's begon te ontgroeien en nieuwe interesses ontwikkelde.
02

ontgroeien, sneller groeien dan

to grow or develop more quickly or to a greater extent than something else
Voorbeelden
Her ambition and skills allowed her to outgrow her initial role in the company.
Haar ambitie en vaardigheden stelden haar in staat om haar initiële rol in het bedrijf te ontgroeien.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store