Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
occupied
01
bezet, onder bezetting
(of a city, country, etc.) captured and under the control, authority, or presence of foreign military forces or other entities
Voorbeelden
The occupied city struggled with curfews and restrictions imposed by the occupying forces.
De bezette stad worstelde met avondklokken en beperkingen opgelegd door de bezettende troepen.
02
bezet, in gebruik
held or being used
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
voltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
kwalitatief
overtreffende trap
most occupied
vergrotende trap
more occupied
gradueerbaar
Voorbeelden
The conference room remained occupied all afternoon.
De vergaderzaal bleef de hele middag bezet.
03
bezig, verdiept
fully engaged in thought, activity, or attention
Voorbeelden
The students were busy and occupied with their assignments.
De studenten waren druk en verdiept in hun opdrachten.
04
bezet, bewoond
having tenants or inhabitants
Voorbeelden
An occupied building shows signs of daily use.
Een bezet gebouw vertoont tekenen van dagelijks gebruik.
Lexicale Boom
preoccupied
unoccupied
occupied
occupy



























