Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
nowhere
01
nergens, naar nergens
not in or to any place
Voorbeelden
They looked everywhere, but the cat was nowhere to be seen.
Ze keken overal, maar de kat was nergens te zien.
02
nergens, helemaal niet
by no amount or degree, often followed by terms like near or close
Voorbeelden
His offer was nowhere near what the car was worth.
Zijn aanbod was bij lange na niet wat de auto waard was.
03
nergens, zonder succes
having no chance of success or recognition
Dialect
British
Voorbeelden
Our team finished nowhere after a string of losses.
Ons team eindigde nergens na een reeks verliezen.
Nowhere
01
nergens, een uithoek
a dull or isolated area with nothing notable
Voorbeelden
She rose to fame out of nowhere.
Ze werd beroemd uit het niets.
nowhere
01
nergens, geen enkele plaats
not any single place
Voorbeelden
Nowhere seemed safe during the storm, with strong winds and heavy rain battering the area.
Nergens leek veilig tijdens de storm, met sterke winden en zware regenval die het gebied teisterden.
nowhere
Voorbeelden
They live in a nowhere town nobody has heard of.
Ze wonen in een verlaten stadje waar nog nooit iemand van heeft gehoord.



























