Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to nosh
01
snoepen, snacken
to eat snacks or light meals
Intransitive: to nosh on light meals
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
nosh
3e persoon enkelvoud
noshes
onvoltooid deelwoord
noshing
onvoltooid verleden tijd
noshed
voltooid deelwoord
noshed
Voorbeelden
In between meals, the office workers often gather to nosh on snacks from the communal kitchen.
Tussen de maaltijden door verzamelen kantoorwerkers zich vaak om te snoepen van snacks uit de gemeenschappelijke keuken.
01
snack, hapje
a light snack or bite to eat, especially one enjoyed casually
slang
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
noshes
Voorbeelden
I grabbed a quick nosh before class.
Ik nam snel een hapje voor de les.



























