to nonplus
Pronunciation
/nˌɑːnplˈʌs/

Definitie en betekenis van "nonplus"in het Engels

to nonplus
01

verbijsteren, in verwarring brengen

to confuse someone to the point of being unable to proceed or respond
Transitive: to nonplus sb
to nonplus definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
nonplus
3e persoon enkelvoud
nonplusses
onvoltooid deelwoord
nonplussing
onvoltooid verleden tijd
nonplussed
voltooid deelwoord
nonplussed
Voorbeelden
The unexpected question nonplussed the candidate during the interview, leaving them momentarily speechless.
De onverwachte vraag verbijsterde de kandidaat tijdens het interview, waardoor hij even sprakeloos was.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store