to multiply
Pronunciation
/ˈmʌltəˌplaɪ/

Definitie en betekenis van "multiply"in het Engels

to multiply
01

vermenigvuldigen

(mathematics) to add a number to itself a certain number of times
Transitive: to multiply a number by another
to multiply definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
multiply
3e persoon enkelvoud
multiplies
onvoltooid deelwoord
multiplying
onvoltooid verleden tijd
multiplied
voltooid deelwoord
multiplied
Voorbeelden
When you multiply 5 by 4, the result is 20.
Wanneer je 5 met 4 vermenigvuldigt, is het resultaat 20.
02

vermenigvuldigen, vergroten

to significantly increase in quantity
Intransitive
Transitive: to multiply sth
to multiply definition and meaning
Voorbeelden
The organization aims to multiply its impact by collaborating with others.
De organisatie streeft ernaar om haar impact te vermenigvuldigen door samen te werken met anderen.
03

vermenigvuldigen, fokken

to produce more animals by having them reproduce
Transitive: to multiply animals
Voorbeelden
The rabbits were multiplied for their fur and meat.
De konijnen werden vermenigvuldigd voor hun vacht en vlees.
04

zich vermenigvuldigen, voortplanten

to increase in number by producing offspring
Intransitive
Voorbeelden
Some species of birds multiply once a year.
Sommige vogelsoorten vermenigvuldigen zich één keer per jaar.
multiply
01

op verschillende manieren, in meerdere vormen

in several manners or forms
grammaticale informatie
Voorbeelden
The recipe can be adapted multiply depending on available ingredients.
Het recept kan op meerdere manieren worden aangepast afhankelijk van de beschikbare ingrediënten.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store