to mow
Pronunciation
/ˈmoʊ/

Definitie en betekenis van "mow"in het Engels

to mow
01

maaien, gras afsnijden

to cut grass, wheat, etc. with a gardening machine or handheld tools, such as a scythe
Transitive: to mow vegetation
to mow definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
mow
3e persoon enkelvoud
mows
onvoltooid deelwoord
mowing
onvoltooid verleden tijd
mowed
voltooid deelwoord
mowed
Voorbeelden
To maintain a neat appearance, the gardener mowed the wild grass around the garden.
Om een nette uitstraling te behouden, maaide de tuinman het wilde gras rond de tuin.
01

hooizolder, hooiberg

a loft in a barn where hay is stored
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
mows
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store