meet up
meet
mi:t
mit
up
ʌp
ap
/mˈiːt ˈʌp/

Definitie en betekenis van "meet up"in het Engels

to meet up
[phrase form: meet]
01

afspreken, samenkomen

to come together with someone, usually by prior arrangement or plan in order to spend time or do something together
to meet up definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
meet
tegenwoordige tijd
meet up
3e persoon enkelvoud
meets up
onvoltooid deelwoord
meeting up
onvoltooid verleden tijd
met up
voltooid deelwoord
met up
Voorbeelden
I have already met up with my colleagues to discuss the project.
Ik heb mijn collega's al ontmoet om het project te bespreken.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store