lord
lord
lɔrd
lawrd
/lˈɔːd/

Definitie en betekenis van "lord"in het Engels

01

Heer, God

God, particularly in Christian, Jewish, and Islamic traditions, signifying authority and divine power
the Lord definition and meaning
Voorbeelden
The Bible frequently refers to God as the Lord, highlighting His omnipotence and sovereignty.
De Bijbel verwijst vaak naar God als de Heer, wat Zijn almacht en soevereiniteit benadrukt.
02

heer, edelman

a man of high rank who belongs to the nobility
lord definition and meaning
Voorbeelden
In medieval times, lords controlled vast estates and had authority over the peasants who lived on their lands.
In de middeleeuwen beheersten heren uitgestrekte landgoederen en hadden gezag over de boeren die op hun land woonden.
03

heer, meester

a person who holds authority or power over others
Voorbeelden
Local lords controlled trade in the region.
Lokale heren controleerden de handel in de regio.
to lord
01

tot lord verheffen, de lord-titel verlenen

to grant someone the rank or title of lord
Voorbeelden
He was lorded after years of loyal counsel.
Hij werd tot lord verheven na jaren van trouw advies.
01

Heer, Mijn God

used to express surprise, astonishment, or disbelief in reaction to unexpected events
Voorbeelden
Lord, I did n't see that coming!
Heer, dat zag ik niet aankomen!
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store