Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Living thing
01
levend wezen, levend organisme
any being that is alive and can grow, reproduce, and respond to its surroundings
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
living things
Voorbeelden
He is studying a living thing in his biology class — a single-celled organism.
Hij bestudeert een levend wezen in zijn biologieles—een eencellig organisme.



























