Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Artichoke
01
artisjok, een artisjok
a round green vegetable with a cluster of thick green leaves that form a bud, used in cooking
Voorbeelden
The chef prepared a delicious appetizer of grilled artichokes drizzled with olive oil and lemon.
De chef bereidde een heerlijk voorgerecht van gegrilde artisjokken besprenkeld met olijfolie en citroen.
02
a Mediterranean thistlelike plant cultivated for its large, edible flower head
Voorbeelden
The farmer harvested artichokes in early spring.



























