Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to laugh off
[phrase form: laugh]
01
weg lachen, bagatelliseren met een grap
to make something seem less serious by joking about it
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
off
basiswerkwoord
laugh
tegenwoordige tijd
laugh off
3e persoon enkelvoud
laughs off
onvoltooid deelwoord
laughing off
onvoltooid verleden tijd
laughed off
voltooid deelwoord
laughed off
Voorbeelden
The athlete laughed off the injury, saying that it was just a minor setback.
De atleet lachte om het letsel en zei dat het maar een kleine tegenslag was.



























